Waardecreatie, onafhankelijkheid en risicovreugde

Sinds het begin van het millennium heeft een ware exodus van de aandelenbeurs plaatsgevonden. Zo verdwenen o.a. Vendex/KBB, ABN/AMRO, VNU, Numico, Rodamco Europe, P&O Nedlloyd, Hagemeyer, DE Master Blenders 1753, Endemol, etc. En ook niet-genoteerde bedrijven of dochters van multinationals staan of stonden volop in de belangstelling: Van Gansewinkel, AVR Rijnmond,  Organon (AkzoNobel), NXP (Philips), Casema, Essent, Nuon, etc. Nederland is kennelijk een luilekkerland geworden van prettig geprijsde ondernemingen met een enorm waardepotentieel, dat niet of slechts zeer ten dele wordt uitgewonnen. Ook recent speelt dit fenomeen weer zeer nadrukkelijk: bij KPN, PostNL, Unilever, TMG en Akzo Nobel. De koersen vlogen omhoog.

Kroonjuwelen moeten zich wel als zodanig gedragen

De roep om bescherming van het nationale erfgoed neemt toe. Maar we kunnen beschermen wat we willen, zolang bedrijven (en niet alleen in Nederland) structureel ondermaats presteren blijft de kapitaalmarkt bedreigend. Kapitaal (dat moet renderen) vloeit nu eenmaal, in tegenstelling tot water, naar het hoogste punt. En kapitaal blijft dat doen; wat politici daar ook van vinden. De kapitaalmarkt verlangt realisatie van (kasstroom) potentie: ‘hidden value’ (vanuit immateriële activa, nieuwe concepten, reële disrupties), benutting van talent en human resources, en absolute outperformance van de concurrentie. Dat vraagt meer dan een papieren werkelijkheid of vage retoriek; dat vergt een drie-eenheid van durf, verbeeldingskracht en grensverleggend leiderschap. Dat blijkt schaars.

Steeds luider klinkt de roep om bescherming tegen activistische aandeelhouders. En het geweeklaag over de uitverkoop van de BV Nederland is niet van de lucht. We moeten, zo wordt gesteld, beter op onze ‘kroonjuwelen’ passen. Onze stelling is dat we erg weinig ‘kroonjuwelen’ hebben (gedefinieerd als langdurig waardecreërende ondernemingen), en de daadwerkelijke ‘kroonjuwelen’ passen erg goed op zichzelf – inherent. Zij realiseren in ieder geval voldoende waarde voor álle stakeholders om een eigen onafhankelijke koers te kunnen blijven varen.

Hoog tijd voor zelfkritiek  

Veel Nederlandse ondernemingen zeggen de aandeelhouder op een voetstuk te plaatsen, maar slechts weinige ondernemingen sturen ook daadwerkelijk op aandeelhouderswaarde. Gekoppeld aan uiteindelijk zeer matige rendementen maakt dat vele beursfondsen tot een heel aantrekkelijke (en vaak ook makkelijke) prooi voor veelal buitenlandse, sterk op kasstromen georiënteerde, ‘opkopers’ (zoals KKR, Apax, CVC, TCI, etc.) of andere strategische partijen. Die matige rendementen reflecteren zich in de geboden overnamepremie’s die fluctueren tussen twintig procent (Unilever/Kraft Heinz), dertig procent (Akzo Nobel/PPG), en vijftig procent (TMG/Talpa); of meer, met als uitschieter de premie van vijfenzestig proces bij het bod van Fortis op ASR). Gemiddeld betalen de (buitenlandse) overnemers een premie van ruim veertig procent. Ondernemingswaarde is gebaseerd op de waarde van de verwachte kasstromen die een onderneming weet te genereren met haar ‘asset base’. Overnemende partijen zien een flink hoger potentieel in die assets – dat kan zijn gelegen in kostenvoordelen, schaalvergroting (bij Akzo Nobel), andere verdienmodellen (bij TMG), versnelling van innovaties, introductie op nieuwe markten, etc. Met andere woorden, zij verwachten blijvend hogere kasstromen te genereren dan de oorspronkelijke ‘eigenaar’. Indien dat niet het geval zou zijn, dan zou een de-listing ca. zinloos zijn. Immers, wie biedt er op Apple, Intel, Google, ASML, ed. – niemand. Zij zijn zelf in staat het maximale uit hun geïnvesteerd vermogen te halen.
Maar ook klanten, vakbonden en medewerkers zijn zelden erg gelukkig met de performance van een onderneming. Er gaat van alles chronisch mis met de klanten- en medewerkertevredenheid, de beloning voor (fysiek) kapitaal en het innovatievermogen. Dit zou op zichzelf al voldoende veranderingsurgentie moeten genereren.

Hoog tijd om iets bijzonders te presteren

Het is hoog tijd om te leren leven met de geschetste financiële realiteit en te stoppen met klagen.  Zolang het neo liberale wereldbeeld ons denken domineert wordt mentale onafhankelijkheid gegenereerd door financiële topprestaties. Je bent dan simpelweg te duur om te worden overgenomen; dus ontstaat er ook geen vrees om daarna te worden uitgeknepen. Tegelijkertijd is het goed om te weten, dat wezenlijke onafhankelijkheid een zichzelf versterkende kracht is: topprestaties komen bijna altijd voort uit inspanningen van onafhankelijk denkende mensen met de ambitie om echt het verschil te maken. Niet tien procent meer, maar honderd procent anders. Met moed en risicovreugde als tegengif tegen gemakzucht en bewuste blindheid. Bestuurlijk Nederland is te zeer gericht geraakt op het zoeken van draagvlak en het inschatten van haalbaarheid, en is vergeten om scherp aan de wind te zeilen en elke mogelijkheid voor waardecreatie te benutten. Echte leiders nemen het voortouw en zijn overtuigende ambassadeurs voor hun ideeën. En zij blinken uit in realisatiekracht. De lat moet hoger, anders blijven onze bedrijven een buitengewoon aantrekkelijk hapje voor kapitaalkrachtige ‘barbaren’.

Door: Rob Fijlstra en Leo van der Voort
Eerder verschenen in: Financieel Dagblad 17 maart 2017

———————-
Meer risicovreugde, minder angst? Wellicht is de 
training Interpersoonlijke Competentie iets voor jou

Rob Fijlstra’s nieuwste boek heet ‘Vandaag doen wat morgen nodig is’.

Interessant? Deel dit artikel